Moeten we orgaandonatie verplicht stellen?

Praktische opdracht over belangrijke ethische kwestie

Floortje van den Heuvel, DG4C, d’Oultremont College.

Inleiding

Ieder jaar schrijven leerlingen in de vierde klas van het d’Oultremont College een Praktische Opdracht voor het vak Levensbeschouwing. Floortje van den Heuvel heeft gekozen voor het bespreken van een belangrijke ethisch onderwerk. Hierbij een korte samenvatting van haar grondige onderzoek, door haarzelf geschreven als afronding van dit onderzoek (docent Bill Banning).

Enorme wachtlijst

Momenteel staan er 1298 mensen op de wachtlijst voor een orgaan (Nederlandse Transplantatie Stichting). Hiervan wachten 877 mensen op een nier. Wat zou het betekenen voor hun, wanneer er een nier of een ander orgaan beschikbaar komt? Waarschijnlijk onvoorstelbaar veel. Hoe mooi en bijzonder zou dat niet zijn? Donoren kunnen zoveel betekenen voor anderen. Ze kunnen soms zelf levens redden en bijna altijd de kwaliteit van leven van zeer zieke mensen op deze manier kunnen verbeteren.

Ethisch vraagstuk

Bovenstaande overwegingen brengen me tot de vraag: is het mogelijk om orgaandonatie verplicht te stellen voor een ieder die daarvoor in aanmerking komt? Bij verplichtstelling zouden veel meer organen beschikbaar komen en daardoor zouden veel meer mensen – die nu op een enorme wachtlijst staan – geholpen kunnen worden. Dit brengt natuurlijk wel een aantal vragen met zich mee, vragen die ethisch van aard zijn. Natuurlijk moet men altijd rekening houden met de waarden van eenieder. Daarbij spelen belangrijke vragen als: Hoe staat iemand in het leven? Wat voor geloof heeft iemand? Wat heeft iemand meegemaakt in zijn leven? Hoe denkt iemand over orgaandonatie?

Persoonlijk vind ik het belangrijk om je betrokkenheid te laten zien voor een ander via instemmen met orgaandonatie. Dat is misschien heel makkelijk gezegd want wanneer je de waarden van eenieder op een rijtje zet kun je daar respect voor hebben ondanks dat men vanuit deze waarden er bewust voor kiest om geen orgaandonor te willen zijn. Wel kun je dan de volgende kritische vraag aan zo iemand stellen: Wanneer iemand ervoor kiest om géén orgaandonor te willen zijn is het dan ethisch juist en verantwoord dat men zelf wel een orgaan zou mogen ontvangen? Zelf zeg ik geen ‘ja’ of ‘nee’ op de vraag, maar ik zou dit graag als maatschappelijk vraagstuk willen neerleggen. Niet om een antwoord te forceren, maar om de kwestie van orgaandonatie onder de aandacht te brengen.

Voor of tegen

Hierbij wil ik graag een aantal argumenten voor en tegen orgaandonatie aan de orde stellen.

Argumenten voor orgaandonatie:

• Orgaandonatie kan levens redden.

• Orgaandonatie kan de kwaliteit van leven van zeer zieke mensen aanzienlijk verbeteren.

• Na je overlijden heb je zelf niets meer aan je organen, om deze reden zien veel mensen het als een morele verplichting om organen af te staan.

• Misschien wanneer jezelf geregistreerd staat als orgaandonor dat je zelf ook, indien nodig, eerder in aanmerking komt om een orgaan te ontvangen. Hier staat nog niets over beschreven.

• Religieus: orgaandonatie wordt door sommige godsdiensten gezien als een vorm van naastenliefde.

Argumenten tegen orgaandonatie:

• Een argument dat vaak ingebracht wordt is dat artsen minder hun best zouden doen om je leven te redden wanneer bekend is dat dat je geregistreerd staat als orgaandonor. Artsen hebben echter de eed van Hippocrates afgelegd, het welzijn en het leven van alle patiënten staat voorop.

• Religieus: binnen sommige religies moet het lichaam na de dood volledig intact blijven.

• Dat men niet weet wie de ontvanger is van een orgaan; er wordt geen onderscheid gemaakt tussen mensen bijv. met en zonder strafblad. Iedereen is hierin gelijk en dat vinden sommige mensen oneerlijk.

Met dit artikeltje wil ik de discussie rondom orgaandonatie opnieuw aanwakkeren. Ik hoop dat iedereen na gaat denken over de vragen: wat betekent orgaandonatie voor mij? En: wat betekent het voor de ander? Probeer je als gezond mens eens te verplaatsen in een (ernstig) zieke en vraag je af wat jij zou willen als je zo ziek was en geholpen zou kunnen worden met een orgaandonatie. Naar mijn overtuiging zou deze discussie een onderwerp van gesprek moeten zijn – in de samenleving, maar ook op elke school van het voortgezet onderwijs.

Evaluatie van mijn onderzoek

Dit onderzoek liep verassend goed. Soms verloor ik wat motivatie om werkelijk wat te gaan doen. Het kostte me wat inspanning om echt te beginnen, maar toen ik uiteindelijk aan het typen was liep het gewoon goed. De informatie kon ik via een groot aantal websites gemakkelijk vinden en de website van de rijksoverheid heeft me ook goed geholpen. Van deze Praktische Opdracht voor Levensbeschouwing heb ik geleerd dat als je een onderwerp aanpakt dat er altijd verschillende invalshoeken zijn. Er zijn altijd meerdere kanten en optieken die meespelen (zo heb ik hier de medische, sociale, juridische en ethische invalshoeken uitgewerkt).

Verder ging de uitwerking best goed. Ik vond sommige onderzoeksfasen nog best wel lastig omdat ik niet precies wist hoe ik ze moest uitwerken, maar toen ik uiteindelijk begonnen was viel het wel mee.

Ik vond het ook een zeer interessant onderwerp. Dit kwam vooral omdat orgaandonatie en operaties in het algemeen me erg interesseren. Omdat ik dit onderwerp van zoveel kanten moest aanpakken heb ik niet alleen iets over het ziekenhuis en de medische optiek geleerd, maar ook over hoe de overheid werkt. En meer in het algemeen heb ik ook de juridische kant van dit onderwerp leren kennen.

Meestal interesseert de politiek en de wetgeving mij niet. Maar met dit onderwerp leerde ik er wel heel veel over en was het erg interessant voor mij om informatie op te zoeken. Je leert er namelijk erg veel van. Niet alleen over het onderwerp, maar juist over meerdere kanten van een onderzoek. Dit vond ik zeer bijzonder en ook leuk om te doen.

Ik had niet verwacht dat ik er zoveel tijd aan zou gaan besteden. Natuurlijk zou het een groot PO zijn. Ik dacht aanvankelijk hier geen 12 uur aan zou besteden. Uiteindelijk zijn het ruim 16 uren geworden. Maar die investering had ik er graag voor over.

Floortje van den Heuvel, DG4C, d’Oultremont College